Je woont samen, zorgt voor de kinderen en draait mee in het dagelijks gezinsleven. Je maakt ontbijt, rijdt naar sport, helpt met huiswerk en bent er wanneer een kind verdrietig is.
Maar wat als je een grens stelt en je partner vindt dat je te veel de ouderrol pakt?
Of wanneer er een belangrijke beslissing over het kind wordt genomen en je merkt dat jij daar uiteindelijk niet over gaat?
Dan kan bonusouder zijn binnen een samengesteld gezin ineens ingewikkeld voelen.
Want hoe betrokken je ook bent: je bent niet de biologische ouder. Tegelijkertijd ben je vaak veel meer dan alleen ‘de partner van’.
Juist wanneer niet duidelijk is welke rol je als bonusouder hebt, kunnen verwachtingen gaan botsen. Tussen jou en het kind, maar ook tussen jou en je partner.
Je doet veel, maar welke plek heb je als bonusouder?
Zeker wanneer kinderen nog jong zijn, kan een bonusouder vanzelf een grote rol krijgen in het dagelijks leven.
Je brengt kinderen naar school, kookt, helpt met huiswerk, gaat mee naar sport en bent thuis degene die opvangt wanneer er iets is.
Daardoor kan het heel logisch voelen dat je ook meedenkt over de opvoeding.
Maar daar kan juist verwarring ontstaan.
Want hoeveel verantwoordelijkheid heb je eigenlijk?
Mag jij een kind corrigeren? Mag jij bepalen hoe laat het naar bed gaat? Wat doe je als jij bepaald gedrag niet accepteert, maar je partner daar anders over denkt?
Er bestaat geen standaardverdeling die voor ieder samengesteld gezin werkt.
Wel helpt het wanneer duidelijk is wat jullie van elkaar verwachten.
Zorgen voor een kind is iets anders dan de ouder zijn
Als bonusouder kun je intensief betrokken zijn bij een kind zonder dezelfde positie te hebben als de biologische ouders.
Je hebt als bonusouder bijvoorbeeld niet automatisch ouderlijk gezag. Belangrijke beslissingen over zaken zoals school en medische behandeling worden genomen door de ouder of ouders die het gezag hebben.
Op papier lijkt dat onderscheid misschien duidelijk.
In het dagelijks leven kan het anders voelen.
Je kunt iedere ochtend een kind naar school brengen en precies weten wat er speelt. Toch kan er een moment komen waarop je merkt:
Ik ben iedere dag betrokken, maar hierover ga ik uiteindelijk niet.
Dat kan confronterend zijn.
Niet omdat je de andere ouder wilt vervangen, maar omdat je inzet en verantwoordelijkheid in het dagelijks leven soms groter voelen dan de formele plek die je hebt.
Vooral opvoeden kan spanning geven
Eén van de lastigste onderwerpen binnen een samengesteld gezin is de opvoeding.
Stel dat een kind zijn spullen telkens laat slingeren, afspraken niet nakomt of onvriendelijk tegen jou reageert.
Zeg jij daar iets van?
En wat gebeurt er wanneer je partner vervolgens zegt:
“Laat maar, ik regel het wel.”
Het tegenovergestelde komt ook voor. Een ouder verwacht dat de bonusouder volledig meedraait, maar vindt het lastig wanneer diezelfde bonusouder grenzen stelt.
Dan kan het gevoel ontstaan:
Er wordt wel van mij verwacht dat ik alles mee doe, maar zodra het lastig wordt, ben ik ineens niet de ouder.
Als dit niet wordt uitgesproken, kunnen irritaties zich langzaam opstapelen.
De spanning zit niet altijd tussen bonusouder en kind
Problemen in een samengesteld gezin worden al snel gezien als iets tussen de bonusouder en de kinderen.
Maar regelmatig ontstaat de meeste spanning juist tussen de partners.
De biologische ouder kan bijvoorbeeld het gevoel krijgen tussen zijn of haar kind en de nieuwe partner te moeten kiezen.
De bonusouder kan zich juist buitengesloten voelen.
Misschien herken je gedachten als:
“Je verwacht wel dat ik voor de kinderen zorg, maar ik mag nergens iets van vinden.”
Of:
“Elke keer als ik iets over je kind zeg, schiet je in de verdediging.”
Of vanuit de biologische ouder:
“Ik wil niet het gevoel krijgen dat ik mijn eigen kind steeds moet verdedigen.”
Wanneer zulke gevoelens niet besproken worden, gaat een klein verschil over bijvoorbeeld opruimen, bedtijd of telefoongebruik soms over iets veel groters.
Over erkenning. Loyaliteit. Je plek in het gezin. Of het gevoel dat je partner achter je staat.
Ook kinderen bepalen zelf welke plek jij krijgt
De relatie tussen een bonusouder en een bonuskind ontwikkelt zich bovendien niet alleen vanuit de volwassenen.
Kinderen vormen daarin hun eigen beeld.
Voor een jong kind kan een bonusouder heel vanzelfsprekend onderdeel worden van het dagelijks leven. Naarmate kinderen ouder worden, kunnen zij steeds duidelijker onderscheid gaan maken tussen hun biologische ouders en een bonusouder.
Een kind kan bijvoorbeeld na jaren zeggen:
“Maar jij bent mijn vader niet.”
Dat kan hard aankomen.
Zeker wanneer je jarenlang intensief voor een kind hebt gezorgd.
Maar zo'n uitspraak hoeft niet te betekenen dat een kind niet van zijn bonusouder houdt of de opgebouwde band niet belangrijk vindt.
Een kind kan een goede en veilige relatie met een bonusouder hebben én tegelijkertijd heel duidelijk voelen wie zijn vader en moeder zijn.
Die relaties hoeven elkaar niet te vervangen.
Je hoeft niet dezelfde plek als een ouder te hebben
Misschien is één van de belangrijkste dingen binnen een samengesteld gezin daarom wel het accepteren dat niet iedereen dezelfde plek heeft.
De biologische ouder heeft een eigen positie.
De bonusouder ook.
Dat maakt de rol van een bonusouder niet minder belangrijk.
Je kunt degene zijn die luistert, helpt, troost, naar voetbal rijdt, samen grapjes maakt en jarenlang een vertrouwd gezicht in het leven van een kind is.
Maar je hoeft daarvoor niet de andere ouder te worden.
Juist wanneer dat verschil mag bestaan, ontstaat er vaak meer ruimte om een eigen band met het kind op te bouwen.
Bespreek verwachtingen voordat irritaties groter worden
Veel stellen praten pas over de rol van de bonusouder wanneer er al spanning is ontstaan.
Het helpt om dat eerder te doen.
Bespreek bijvoorbeeld:
- Welke rol willen we dat de bonusouder heeft in de opvoeding?
- Welke huisregels gelden voor iedereen?
- Wanneer mag de bonusouder een grens stellen?
- Wanneer neemt de biologische ouder het over?
- Welke beslissingen nemen de ouders samen?
- Wat heeft de bonusouder nodig om zich onderdeel van het gezin te voelen?
- Wat heeft de biologische ouder nodig om niet het gevoel te krijgen tussen partner en kind te moeten kiezen?
Het doel is niet om ieder denkbaar moment vooraf vast te leggen.
Het doel is dat jullie weten wat jullie van elkaar mogen verwachten.
Want als verwachtingen onuitgesproken blijven, ontstaan gemakkelijk misverstanden. En hoe langer die blijven liggen, hoe groter de kans dat kleine irritaties uiteindelijk invloed krijgen op jullie relatie en de rust binnen het gezin.
Een eigen plek is óók een waardevolle plek
Een bonusouder hoeft geen biologische ouder te worden om belangrijk te zijn voor een kind.
Je kunt een grote rol spelen zonder dezelfde rol te hebben.
Je bent bonusouder. Niet minder belangrijk, maar wel anders dan de biologische ouder.
Wanneer daar ruimte voor is en jullie samen duidelijke verwachtingen hebben, hoeft een samengesteld gezin geen kopie te worden van het gezin dat er daarvoor was.
Het mag een nieuwe vorm krijgen.
Met eigen relaties, eigen gewoontes en een plek voor iedereen.
Lopen gesprekken over opvoeding, grenzen of jullie rollen steeds vast? Dan kan het helpen om samen te onderzoeken wat er onder die irritaties speelt en welke afspraken jullie nodig hebben om weer meer rust te krijgen.
Bij Novida begeleiden we stellen en samengestelde gezinnen bij gesprekken die thuis moeilijk op gang komen.
Willen jullie eerst rustig bespreken wat er speelt? Plan dan een vrijblijvend kennismakingsgesprek.





